Inhoud

Michael Halve (1966) wordt in het begin van de jaren tachtig verliefd op de muziekstroming Italo. De verzamelwoede houdt hem in zijn greep en de promotie van de muziek wordt een missie.

Gek van Italo gaat over de beleving van een passie. Over het kippenvel dat je hebt wanneer iemand je een waanzinnige, voor jou onbekende, plaat laat horen. Over de blijdschap bij het vinden van dat exemplaar dat nog ontbrak aan je collectie en over de teleurstelling van het vinden van een platenzaak die gesloten blijkt te zijn. Hoe de obsessieve jacht naar platen druk legt op gezinsleven of vakantiesfeer. Omdat je die ene plaat móet hebben. Die ene plaat, die heel waarschijnlijk in die ene platenzaak staat. Of niet. Die onbegrensde drang is typerend voor elke verzamelaar en niet exclusief voor Italofans gereserveerd. Daardoor zullen de jazzverzamelaar en filatelist zichzelf ook herkennen. Toch is het boek het meest interessant voor liefhebbers van Italo, omdat zij weten wie Albert One, Fred Ventura en Mauro Farina zijn.